De laatste vraag hoeft niet meer beantwoord te worden, heb het even opgezocht en zou sluitertijden aankunnen tot 1/8000 sec 
Daarnaast kan je camera wel een sluitertijd aan van 1/8000sec, maar dit moet je niet proberen als je gaat flitsen. Waarom? Zie de tekst hieronder.
Ik weet niet wat je precies hebt gelezen, maar wellicht heb je iets aan het volgende:
1) de flits afkomstig van een flitser is heel erg kort. Veel korter dan de 1/250sec of de 1/320sec. Denk eerder aan 1/1000sec, 1/2000sec of 1/4000sec. De lengte van de flits is afhankelijk van het vermogen van de flits. Een harde flits (vol vermogen) duurt kort, een zachte flits (bijvoorbeeld met 1/32ste van het vermogen) duurt wat langer.
2) jij hebt het waarschijnlijk over de flitssynchronisatietijd van je camera. Dit is dus een term die te maken heeft met je camera en niet met je flitser. Hieronder een flimpje die uitlegt waar dit vandaan komt.
Stel je flitst op het eerste gordijn en:
a) je stelt een sluitertijd in die langer is dan de maximale flitssynchronisatietijd, dan is er niks aan de hand.
b) je een sluitertijd in die korter is dan de maximale flitssynchronisatietijd, dan zal het "gordijn" nog in beeld te zien zijn.
Je hebt hier alleen last van als je de camera op Manueel zet. Als je de camera in een van de automatische of half-automatische standen zet, dan zal de camera altijd een flitssynchronisatietijd kiezen die gelijk is aan de flissynchronisatietijd van je camera. Bij sommige camera's kun je in het menu kiezen welke tijd je wilt instellen. Vaak is de flitssynchronisatietijd 1/250sec of 1/320sec.
Oke, je kunt dus spelen met de sluitertijd op je camera, maar wat heb je hier nu aan?
Voor flitsfotografie gelden "andere regels":
Regel 1: Het juist belichten van het onderwerp regel je via het diafragma.
Regel 2: Het juist belichten van de omgeving regel je via de sluitertijd.
Deze regels kun je met name toepassen in situaties waarbij je eigenlijk niet hoeft te flitsen, maar waarbij flitsen ervoor zorgt dat je het verschil in belichting tussen je onderwerp en de achtergrond verkleind. Je gebruikt je flitser als invullicht. Deze techniek staat ook wel bekend onder: "balancing ambient and flash light" bij off-shoe gebruik van de flitser.
Dus: camera op manual en flitser op manual
- stel je flitser in op een bepaald vermogen
- bepaal met welk diafragma je een goed belicht model hebt. Blijf even voor alle zekerheid met de sluitertijd op de maximale flitssynchronisatietijd (1/250sec of 1/320sec)
- je kunt hierbij spelen met het diafragma en met het vermogen van je flitser.
Heb je een goede combinatie gevonden, waarbij je model goed belicht is? Top! Dan volgt nu het inregelen van de achtergrond.
Je kijkt nu naar je achtergrond.
- Als de achtergrond te donker is, dan moet je de sluitertijd verruimen. Was deze 1/250sec, dan maak je daar bijvoorbeeld 1/60sec van. Je verlengt de sluitertijd dus met 2 volle stops (1/250sec - 1/125sec - 1/60sec). Het verruimen van de sluitertijd heeft geen invloed op de belichting van je model. Daar was immers je diafragma voor verantwoordelijk
- Als de achtergrond te licht is, dan moet je de sluitertijd verkorten. Dit kan echter maar beperkt. Afhankelijk van je camera kun je 1/320sec instellen of zelfs dat kun je niet doen.
De achtergrond van dit verhaal:
- je flitser vuurt een hoeveelheid licht af die er voor zorgt dat je onderwerp goed belicht is
- je zorgt er voor dat het omgevingslicht ervoor zorgt dat de omgeving goed belicht in de foto komt. Het bereik van je flitser is immers beperkt en niet in staat om zowel je onderwerp als je omgeving goed te belichten.
In het filmpje speelt de man ook met de witbalans en om het flitslicht te corrigeren gebruikt hij een gel voor zijn flitser.
Gaat een nieuwe wereld voor je open?
