Flitsduur kun je niet instellen, de flitssynchonisatietijd wel, maar ik ben van mening dat het niet zoveel uitmaakt of je met 1/320sec of 1/200sec synchroniseert of met een iets lagere sync-snelheid.
Door met een laag vermogen te flitsen flits je een korte lichtpuls. Als er niet te veel omgevingslicht is, dan zal het omgevingslicht geen invloed hebben op je onderwerp.
Dus... licht dimmen, laag vermogen flitsen en slitssynchonisatietijd snel (om tegemoet te komen aan Sugarman).
Dat ligt aan het merk studiolamp die je hebt. De wat betere merken zoals een Elinchrom hebben een veel snellere flitsduur dan bijvoorbeeld een Linkstar. Als je op dit soort merken gaat zoeken en je bekijkt de specificaties dan zal je zien dat de flitsduur ver uit elkaar zal liggen. Dus hoe sneller de flitsduur hoe minder bewegingsonscherpte je krijgt.
Ik heb voor je nog een linkje waarin in drie delen tips worden gegeven.
Hier een andere link met goede tips. Uit deze link de volgende tekst gehaald: Lange sluitertijd 'Op een dag las ik een artikel over dit onderwerp. In tegenstelling tot wat je denkt moet je juist niet een snelle sluitertijd kiezen maar een relatief langzame. De druppel moet je niet vangen en bevriezen met de sluitertijd, maar met de flitser. Nu ik begreep hoe je tewerk moet gaan ging ik weer experimenteren en maakte ik deze succesvolle opstelling.
Instellingen 'De flitser stel je handmatig in, op een zo laag mogelijke waarde. Ik begin bij 1/64e. Zet je camera zo dicht mogelijk bij het onderwerp. Ik gebruik een 100mm macro-objectief om zo dicht mogelijk op de druppel te zitten, zodat je deze zo groot mogelijk op de foto krijgt.'
Druppels bevriezen 'Je kunt spelen met de instellingen als je in gedachte houdt dat reportageflitsers het snelst flitsten bij laag vermogen en dat de sluitertijd niet te hoog moet worden. Je variabelen zijn dus vooral diafragma en ISO-waarde. Door de relatief lange sluitertijd heb je meer kans dat je de druppel in beeld krijgt, de snelle flits bevriest het water vervolgens.'